top of page

ICOE-OEE 2026 in Den Haag: Nederlandse waterenergiesector sterk vertegenwoordigd op internationaal congres

3 minuten geleden
5 minuten om te lezen

Van 5 tot en met 7 oktober 2026 was Den Haag het internationale ontmoetingspunt voor energie uit water. Ruim 400 deelnemers uit de hele wereld kwamen samen in Amare voor de International Conference on Ocean Energy (ICOE) en de jaarlijkse conferentie van Ocean Energy Europe (OEE). De Nederlandse sector was nadrukkelijk aanwezig, met bijna 100 Nederlandse deelnemers, vijf beursstands van Nederlandse organisaties en circa 20% van de congrespresentaties verzorgd door Nederlandse partijen. De Dutch Energy from Water Association (EWA) trad op als local host, met EWA-voorzitter Peter Scheijgrond als Conference Chair.

Het internationale congres bracht technologieontwikkelaars, onderzoekers, investeerders, overheden en vertegenwoordigers uit de offshore-industrie samen. Centraal stond de vraag hoe energie uit golven, getijden, oceaanstromingen en zoutgradiënten de stap kan maken van innovatieve demonstratieprojecten naar commerciële toepassingen.

Voor Nederland was het congres een uitgelezen gelegenheid om de internationale sector kennis te laten maken met de Nederlandse technologieontwikkeling, onderzoeksfaciliteiten en offshore-expertise. De sterke Nederlandse deelname liet zien dat ons land op veel onderdelen van de internationale waterenergiesector een belangrijke rol speelt.


EWA presenteert Nederlandse innovatiekracht

Op maandag 5 oktober organiseerde EWA het side-event Showcasing Dutch Excellence: From Research to Real-World Impact. Het programma bracht Nederlandse onderzoeksinstellingen, technologieontwikkelaars, toeleveranciers, beleidsmakers en internationale bezoekers samen.

Ruud Cino, plaatsvervangend directeur bij de Rijksoverheid, opende de bijeenkomst namens de Nederlandse overheid. Hij ging in op de betekenis van energie uit water voor Nederland en de mogelijkheden om Nederlandse kennis en innovatie verder te ontwikkelen.

Daarna presenteerden negen vertegenwoordigers van de Nederlandse sector hun activiteiten in korte pitches van drie minuten. De bijdragen maakten de breedte van het Nederlandse ecosysteem zichtbaar: van fundamenteel onderzoek en testfaciliteiten tot technologieontwikkeling en concrete toepassingen op zee.


Onderzoek, testfaciliteiten en offshore-industrie

  • Deltares – Anton de Fockert: Nederlandse testfaciliteiten en de ondersteuning die deze bieden bij het ontwikkelen, testen en opschalen van nieuwe waterenergietechnologieën.

  • MARIN – Maarten van der Leij: hydrodynamisch onderzoek, numerieke modellen en experimentele testmogelijkheden voor de ontwikkeling van maritieme energietechnologie.

  • Offshore Test Site (OTS): de mogelijkheden voor het meten, testen en demonstreren van offshore-energietechnologieën in de Nederlandse Noordzee.

  • Teijin Aramid – Jeroen Boks: hoogwaardige vezeltechnologie voor sterke en lichte kabels, trossen en verankeringssystemen die onder meer in offshore-energieprojecten worden toegepast.


Nederlandse technologieontwikkelaars

  • Symphony Wave Power – Sander Poppes: de ontwikkeling van een golfenergieconverter voor de omstandigheden op de Noordzee, inclusief het testen van de aandrijflijn op ware grootte.

  • WECO – Cas van de Voort: het E-Sea-concept, waarmee golfenergie kan worden gebruikt voor het offshore opladen van autonome vaartuigen, en mogelijkheden voor combinatie met windparken.

  • Getijdenenergie – Reinier Rijke: Nederlandse ontwikkelingen op het gebied van getijdenturbines en de benutting van stromingsenergie.

  • Equinox Ocean Turbines – Elina Douma: turbines voor energieopwekking uit relatief lage stroomsnelheden, met plannen voor een eerste commerciële installatie van 3 MW in 2027.

  • REDstack – Pieter Hack: Blue Energy, waarbij elektriciteit wordt opgewekt uit het zoutverschil tussen zoet en zout water, en de verdere opschaling van deze technologie bij de Afsluitdijk.


De pitches onderstreepten dat Nederland niet alleen beschikt over innovatieve technologiebedrijven, maar ook over de kennisinstellingen, testinfrastructuur en gespecialiseerde toeleveranciers die nodig zijn om deze technologieën verder te brengen.

Na de presentaties volgde een internationale matchmakingbijeenkomst. Bezoekers konden rechtstreeks in gesprek met Nederlandse technologieontwikkelaars, onderzoeksorganisaties en bedrijven uit de offshore-toeleveringsketen. Daarmee bood het side-event niet alleen een overzicht van de Nederlandse sector, maar ook concrete aanknopingspunten voor internationale samenwerking.


Belangrijkste conclusies: van technologische innovatie naar marktontwikkeling

Tijdens het side-event en de gesprekken met beleidsmakers, ontwikkelaars en investeerders kwam een aantal belangrijke aandachtspunten naar voren.

  • Nederland heeft behoefte aan een duidelijke nationale visie op energie uit water

    Nederland beschikt over een sterke kennisbasis, innovatieve bedrijven en uitstekende maritieme infrastructuur. Tegelijkertijd ontbreekt een duidelijke nationale beleidsambitie voor energie uit water.

    Golf- en getijdenenergie komen weliswaar in aanmerking voor bestaande regelingen zoals DEI+ en SDE++, maar zolang deze technologieën geen herkenbare plaats hebben binnen de nationale energieprioriteiten, is het lastig om projecten in de praktijk voldoende ondersteuning te geven.

    Een nationale visie kan zowel investeerders als overheden meer duidelijkheid bieden over de rol die energie uit water in het toekomstige energiesysteem kan spelen.


  • Vertrouwen bij vergunningverleners moet worden opgebouwd met praktijkervaring

    Nederlandse vergunningverleners zijn begrijpelijkerwijs voorzichtig met nieuwe technologieën in de waterinfrastructuur en op zee. Veiligheid, waterkering en bescherming van het mariene milieu zijn belangrijke randvoorwaarden. Ook eerdere projecten die niet aan de verwachtingen voldeden, spelen hierbij een rol.

    De sector kan dit vertrouwen versterken door kleinschalig te beginnen, resultaten zorgvuldig te monitoren en op basis van aantoonbare prestaties stapsgewijs op te schalen.

    Hiervoor zijn experimenteerruimtes en regulatory sandboxes nodig, waarin ontwikkelaars, vergunningverleners, beleidsmakers en investeerders gezamenlijk ervaring kunnen opdoen.


  • De overheid moet niet alleen beoordelen, maar ook faciliteren

    Nieuwe technologieën vragen om een overheid die niet uitsluitend toetst of een project aan alle voorwaarden voldoet, maar ook actief meedenkt over de route naar realisatie.

    Een concreet verbeterpunt is het vereenvoudigen van vergunningprocedures, bijvoorbeeld door één herkenbaar aanspreekpunt voor innovatieve waterenergieprojecten te organiseren. Ontwikkelaars zijn nu vaak afhankelijk van verschillende contactpersonen en interpretaties binnen regionale overheidsorganisaties.


  • Energie uit water biedt meer waarde dan alleen goedkope elektriciteit

    Golf- en getijdenenergie moeten in deze ontwikkelingsfase niet uitsluitend worden beoordeeld op hun kostprijs per kilowattuur ten opzichte van grootschalige wind- en zonne-energie.

    De technologieën hebben juist aanvullende eigenschappen: getijdenenergie is zeer voorspelbaar, golfenergie kan ook beschikbaar zijn wanneer zon en wind minder produceren, en energie uit zoutgradiënten kan een continue elektriciteitsproductie leveren.

    Daarnaast zijn er kansrijke zelfstandige toepassingen, zoals energievoorziening voor offshore-installaties, autonome vaartuigen, maritieme sensoren en afgelegen locaties.

    Op langere termijn kan de complementariteit met wind- en zonne-energie bijdragen aan lagere kosten van het totale energiesysteem. Die systeemwaarde verdient een duidelijkere plaats in beleid en financieringsinstrumenten.


Internationale samenwerking en zichtbaarheid

De Nederlandse aanwezigheid bleef niet beperkt tot het EWA-side-event. Nederlandse organisaties leverden ongeveer een vijfde van alle congrespresentaties en waren met vijf stands vertegenwoordigd op de beursvloer.

Ook organiseerden Nederlandse partijen verschillende aanvullende activiteiten. Het Interreg-project Offshore For Sure presenteerde de voortgang van vijf innovatieve technologieën uit Nederland en Vlaanderen en besprak met investeerders en beleidsmakers de voorwaarden voor verdere commerciële ontwikkeling.

Technische excursies naar onder meer Deltares en demonstratielocaties in de Zuidwestelijke Delta boden internationale bezoekers de mogelijkheid om Nederlandse kennis en projecten van dichtbij te bekijken.

Het bredere Blue Week-programma bracht waterenergie bovendien onder de aandacht van een groter publiek. Zo konden scholieren van het Maris College kennismaken met de technologieën en de mensen die werken aan de energievoorziening van de toekomst.


Van internationale belangstelling naar concrete projecten

ICOE-OEE 2026 heeft laten zien dat Nederland internationaal een zichtbare positie heeft opgebouwd op het gebied van energie uit water. De combinatie van technologieontwikkeling, maritieme expertise, onderzoeksfaciliteiten en internationale samenwerking biedt goede mogelijkheden voor verdere groei.

Tegelijkertijd werd duidelijk dat technische innovatie alleen niet voldoende is. Om de stap naar commerciële toepassing te zetten, zijn een herkenbare nationale beleidsambitie, ruimte voor demonstratieprojecten, voorspelbare vergunningverlening en gerichte ondersteuning nodig.

EWA blijft zich inzetten om deze voorwaarden te verbeteren en de samenwerking tussen technologieontwikkelaars, onderzoeksinstellingen, industrie en overheid te versterken.

De belangrijkste uitdaging na ICOE-OEE 2026 is om de internationale belangstelling en de sterke Nederlandse kennispositie om te zetten in nieuwe projecten, investeringen en daadwerkelijke toepassing van energie uit water.

 
 
bottom of page