Hoe selecteren we opties voor echt 100% duurzame energieopwekking?
- Peter Scheijgrond

- 11 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
Door Maarten Berkhout, SeaQurrent / EWA bestuur
Laten we eens kijken naar energie uit water!
Nieuw onderzoek van IRENA (de International Renewable Energy Agency) naar 24/7 hernieuwbare energie draagt bij aan de discussie over hoe de ontwikkeling van energiesystemen voorbij 50% hernieuwbare elektriciteit moet verlopen, een drempel die veel EU-landen, inclusief Nederland, inmiddels hebben overschreden.
Het recente IRENA-rapport[1] "24/7 renewables" analyseert de haalbare kostenniveaus voor 90%, 95% en 99% gegarandeerde levering van hernieuwbare elektriciteit op basis van zonne-energie en windenergie op land. Dit werk helpt met het verduidelijken van de uitdagingen van de energietransitie in deze volgende fase van de energietransitie naar 100% duurzame elektriciteit.
In dit onderzoek worden opslag en overcapaciteit, waarvan de productie deels niet benut (maar ‘gecurtaild') wordt, toegevoegd om de genoemde leveringsniveaus te bereiken. Het meenemen van deze extra kosten leidt tot een F-LCOE, de firm-levelised cost of energy. De resultaten voor alle geanalyseerde locaties laten zien dat deze extra kosten aanzienlijk hoger liggen dan de genivelleerde energiekosten (LCOE) van de onderliggende zonne- of windenergie-installatie.
De waarde van het rapport is duidelijk: de volgende stap(pen) naar 100% duurzame elektriciteit, 100% van de tijd zullen niet goedkoop zijn. De F-LCOE-resultaten die het rapport presenteert liggen substantieel hoger dan de huidige prijzen van elektriciteit op de groothandelsmarkt. Het rapport baseert de berekende waarden op locaties met een zeer gunstige beschikbaarheid van wind en zon. Helaas zijn de gepresenteerde getallen dus niet representatief voor wat we in Nederland en veel andere landen kunnen realiseren.
Een vertaling naar de Nederlandse situatie
Op basis van het rapport kan de F-LCOE voor de Nederlandse situatie worden bepaald. Als EWA hebben wij hierin getijdenenergie toegevoegd als voorbeeld van hoe de F-LCOE van een energie uit water technologie zich vergelijkt met zon en wind. Tevens hebben we het einddoel, 100% firm levering meegenomen in de analyse. De resultaten zijn in de onderstaande grafiek weergegeven.

De gebruikte aannames geven een kostenbeeld voor 2030 en komen zoveel mogelijk uit het IRENA rapport. Merk op dat de F-LCOE in reële termen bepaald is. De belangrijkste aannames zijn in de tabel en aanvullende opmerkingen hieronder weergegeven.

De kapitaalkosten zijn gebaseerd op annuïteitsfinanciering.
We gaan ervan uit dat de projecten financieel haalbaar zijn en dus belasting betalen, wat gemodelleerd is door een 5%-verhoging van de jaarlijkse kosten.
Net als in het IRENA-rapport is het 2019-productieprofiel gebruikt[2] voor het Nederlandse wind- respectievelijk zonneportfolio, voor windenergie op basis van een 3 MW-turbine van 100 meter hoogte.
Als BESS (battery energy storage solution) gaan we uit van een 4-uursbatterij met een laadefficiëntie van 95% en een ontlaadefficiëntie van 90% om zelfontlading van de opslag, die deels ook langere tijd nodig is, vereenvoudigd mee te nemen.
Het getijdenenergieproductieprofiel is gebaseerd op een analyse van het Borndiep en de investeringskosten op basis van een JRC-rapport[3]
Op basis van de aannames en de verschillende doelniveaus van firm-delivery, zijn de optimale portfolio’s bepaald per technologie gecombineerd met BESS. De kosten van deze portfolio’s bepalen de eerder gepresenteerde F-LCOE-niveaus.

Reflectie
Onze analyse bevestigt wat IRENA ook al concludeert: de kosten om op basis van variabele duurzame energie met een bepaalde mate van zekerheid elektriciteit te leveren, zijn zeer substantieel. Een aantal relevante opmerkingen ter reflectie:
Overproductie kan mogelijk waardevol zijn. In deze analyse is hieraan geen waarde toegekend. Als deze elektriciteit te vermarkten is, zou dit de F-LCOE kostenniveaus naar beneden brengen;
De EU-energieautonomie bouwt op drie pilaren: (i) het benutten van lokale bronnen, (ii) deze exploiteren met apparatuur uit een Europese leveranciersketen en (iii) geen gebruik of volledige recycling van zeldzame materialen. Voor zover wij het rapport juist interpreteren, is hierin uitgegaan van de productie van zonnepanelen en BESS buiten Europa. Productie in Europa zou de kosten van deze technologiën substantieel verhogen, met 37,5% voor zonnepanelen[4] en 56% voor batterijtechnologie[5]. Dit verwerken zou de F-LCOE van een aantal van de opties verhogen. (Merk op dat deze kostenstijgingen een beperkter effect hebben op het kostenniveau van installatie, waarin meerdere kostenfactoren naast de panelen en batterij-stacks meegenomen zijn).
Voor wat betreft getijdenenergie geldt dat:
De belofte van getijdenenergie is nog niet volledig waargemaakt. De aannames hiervoor zijn omgeven met een grotere onzekerheid dan geldt voor andere aannames.
Er geldt dat de kapitaalkosten van getijdenenergieprojecten vanwege het risicoprofiel hoger kunnen zijn dan voor de andere technologiën.
Er geldt echter ook dat getijdenenergie substantiële kostenverlagingen kan realiseren (vergelijkbaar met wat zon en wind hebben laten zien) als de uitrol ervan succesvol is.
Tevens geldt dat het productieprofiel van getijdenenergie gebaseerd is op slechts een enkele locatie, bij meerdere locaties (waar bij zon en wind vanuit gegaan is) is er veel minder opslag nodig[6].
We hebben één energie-uit-watertechnologie meegenomen in de vergelijking. Andere technologiën bieden ook substantiële potentieat
De resultaten zijn gebaseerd op 1 ‘weerjaar’, te weten 2019. De resultaten voor andere weerjaren zijn anders en leveren afwijkingen met maximaal zo’n 2%. Voor echte zekerheid is er dus meer opslag of opwekcapaciteit nodig, wat de kosten verder zou verhogen. Voor een aantal energie uit water technologiën, waaronder getijdenenergie, is deze onzekerheid en du sook de kosten om deze te beperken beduidend minder.
Naast getijdenenergie is ook rivierkracht en osmose-energie het hele jaar door beschikbaar. Ook golfenergie ken teen productieprofiel dat complementair is aan zon en wind.
Wind op land is een interessante optie, echter stuit op veel weerstand. De pijplijn voor nieuwe projecten is er[7], maar deze is (te) beperkt. Wind op zee is in de analyse buiten beschouwing gelaten, omdat de kostensituatie en het uitroltempo momenteel onduidelijk en ongewis is.
Niet financiële elementen
Financiële maatstaven zijn een belangrijk element in afwegingen voor investeringsbeslissingen. Maar zoals we allemaal weten, zijn er andere factoren die misschien wel net zo belangrijk, zo niet belangrijker zijn. Leveringszekerheid is hiervoor genoemd, maar ook inpassing in het elektriciteitsnet en de beschikbare capaciteit is zo’n factor. Ook de landschappelijke inpassing en het creëren van nieuwe, duurzame banen zijn van wezenlijk belang. Energie-uit-watertechnologieën en projecten passen hier bij uitstek in. Deze elementen hebben wij als EWA in eerdere publicaties uitgebreid belicht, wij verwijzen graag naar onze website voor verdere argumentatie en details hierover.
Conclusie
De stap in de energietransitie van 50% naar 100% duurzame energie, 24/7/365, is complex en kostbaar. Het maken van keuzes, enkel op basis van de kosten van productie van duurzame elektriciteit, leidt niet tot een optimaal kostenniveau.
Het is duidelijk dat een nieuwe financiële maatstaf nodig is om de juiste keuzes te maken. De F-LCOE is zo’n nieuwe maatstaf en toont aan dat energie uit water opties, op z’n minst, het verdienen om serieus overwogen te worden.
Een diverse mix van elektriciteitsopwekkingstechnologiën en -locaties is wenselijk, logisch en economisch aantrekkelijk en biedt daarnaast een betere leveringszekerheid, ruimtelijke inpassing, minder druk op de natuur en, ook zeker niet onbelangrijk, een betere inpassing in het (bestaande) elektriciteitsnet.
Over EWA
De EWA is de Nederlandse Branchevereniging voor Energie uit Water. De EWA behartigt de belangen van haar leden en energieprojecten op water. Specifiek beogen we de kansen voor energie uit water voor de markt, politiek en Nederland beter inzichtelijk te maken.
[1] https://www.irena.org/-/media/Files/IRENA/Agency/Publication/2026/May/IRENA_TEC_24-7_renewables_2026.pdf
[2] We gebruiken dezelfde bron als IRENA: https://www.renewables.ninja/
[6] Iedere locatie kent specifieke momenten van hoog en laag water. Op dat moment valt de stroming we gen kan er geen energie geproduceerd worden. De momenten van hoog en laag water variëren langs de Nederlandse kust met enkele uren verschil tussen Zeeland en Groningen.


Een vriend uit Den Haag wees me onlangs op Cusco Casino na een lange en vermoeiende week, gewoon als manier om even te ontspannen. Ik opende de site laat op de avond en was positief verrast door hoe harmonieus de lay‑out eruitzag – de secties waren overzichtelijk en de typografie gaf een kalme indruk. Ik ging er rustig voor zitten en ontdekte dat mijn gedachten vertraagden zonder onnodige afleiding. De navigatie liep als vanzelf en voelde intuïtief; het bood precies de digitale pauze die ik zocht.